zondag 21 september 2014

Close encounters met bruine beer.

Biologisch telen, natuurlijke landbouw, permacultuur, biologisch-dynamisch, …
Vandag de dag is wel bijna iedereen vertrouwd met één of meerdere van deze begrippen. De groep biotuinders resp. -boeren groeit. De milieuproblematiek wordt bewuster waargenomen. Elke supermarkt biedt kwaliteits bioproducten aan. Biologisch is niet meer esoterisch.
Heel anders in de '70s en '80s. Velt was wel al aardig aan het groeien en de biobeweging kwam langzaam van de grond, maar biologisch tuinieren was iets voor freaks.




















'Biologisch' scheen iets nieuws te zijn dat bijna niemand kende. Dat moest geleerd worden. Boeken, tijdschriften, lezingen, verenigingen en noem maar op. De kunst van het tuinieren was in de vergetelheid geraakt, vernietigd door de Industriële Revolutie en Justus von Liebig.

Mijn volkswijkleven nam een einde in de loop van het 5de 'studiejaar'.
Mijn ouders hadden het plan opgevat om naar den buiten te verhuizen. Daar konden ze voor een groot deel zelfvoorziend leven en zo wat aan geld sparen.
Het werd Moerbrugge. Een boerderijke op 1ha grond. Moeder begon een groententuin en vader begon, na gedane arbeid in de fabriek, land te bewerken. De helft van de grond werd omgeploegd. Met een geleend paard en een 1-schaarploeg. De rest was handwerk. Er kwamen ook dieren.

De moestuin was het domein van ons moeder. Vandaar dat het moestuinieren ook voor mij een onbekende was. Dieren verzorgen werd mijn terrein en met pa meehelpen op het land deed ik ook graag. Behalve als we gingen 'beer voeren'. Voor dit avontuur (sic!) hadden wij een zelfgeknutselde 1-assige handkar en een ouderwetse beerpomp. Eigenlijk was dat niets anders dan een buis met een Archimedesschroef aangedreven door een electrische motor. Deze motor was net naast de uitlaat van de pomp gemonteerd en veroorzaakte na het inschakelen niet meer dan een welwillend geruis. Van ronddraaien was er nog geen sprake. Je moest dan met blote hand het aandrijfwiel een goeie draai geven tot de motor eindelijk aansloeg. Meestal moest deze procedure meermaals herhaald worden tot dat kloteding dan toch wilde. OMG. Zozeer geconcentreerd op het aanspringen van dit onding vergat je gemakkelijk snel weg te springen en kreeg je de eerste lading beer in je nek.
Zo werd die soep in een oud olievat gepompt, met een jute zak afgedekt en met de stootkar over de hobbelige weide gesleurd.

En daarna een wellness bad met aansluitend een tantra massage? Forget it, baby.


3 opmerkingen:

  1. Wij woonden aan de rand van de stad, en voor onze deur had vader een van de volkstuintjes. Ieder jaar kwam de dag dat hij, voor dag en dauw, beer (aal) ging voeren. Op het koertje het deksel van de beerput open, en met een emmer beer "slaan"... en dan telkens met twee volle emmers door de gang van het huis naar de voordeur, en zo naar het tuintje aan de overkant van de straat. Tegen dat wij moesten opstaan voor de school, was moeder de gang en het koertje al aan 't schuren...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Haha, leuk verhaal. Ben ik blij dat er nu geen reukje meer hangt aan het biologisch tuinieren :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Haha. En wat denk je van:
      Dracunculus vulgaris - Drakenwortel
      Geranium robertianum - Stinkende Ooievaarsbek
      Chelidonium majus - Stinkende gouwe
      etc..
      :-)

      Verwijderen