woensdag 24 september 2014

Zou me nie meugen een pintje drinken...

Zolang we in Klein Korea woonden ging pa met zijn fiets naar zijn werk, den Aigle
Waar dat precies was wist ik eerst veel later, toen ik er zelf meerdere vakanties ging werken. Thuis waren er slechts 2 fietsen, zíjn fiets en moeders' fiets.

Tijdens mijn vakantiejobs in den Aigle werd ik snel vertrouwd met leven en werk in wat mijn vader 'bij ons' noemde. Gedurende de zomermaanden begonnen we om 6 uur te werken. Geen minuut later. Om 9 uur was de eerste pauze. 15 minuten. Om 12 uur de middagspauze. 30 minuten. Je had geen uurwerk nodig. De brouwerij had een zeer nauwkeurige fabriekshoorn. Wat ze niet had was een behoorlijke ruimte om te pauseren. Gezeten op een omgekeerde houten bierkist, naast 1 van de wasmachienes pakten we ons brood uit onze bazas en uit de papieren broodzak. Gezien we niet zo veel tijd hadden spoelden we alles zo vlug mogelijk door met de nog goed lauwwarme koffie uit onze aluminium 'pulle'. Om de koffie toch enigszins warm te houden had ma onze pullen zorgvuldig in krantenpapier gewikkeld. Na het eten was er nog net genoeg tijd om een te roken. Met "Smoor je gie ol? Hier, pakt een van de miene" bood mijn nonkel mij dan een van zijn zelfgeroldde aan. 'k Was aanvaard als een man en collega.
Van zodra de fabriekshoorn weer loeide werden de machienen in gang gezet en kon je zien dat je er op tijd weer bij stond. Om 17h stipt werd het vuren gestaakt. De zombies mochten naar huis.

Gelukkig had pa een beetje meer bewegingsvrijheid. Hij was een manusje-voor-alles en dikwijls nam hij mij mee omdat hij een beetje hulp nodig had, de leugenaar. "Mijnheer Pol, mag ik mijn zeune een keer meepakken?". Dan gingen we samen naar zijn 'bureau', een stapelruimte in 1 of andere kelder die dienst deed als reparatiewerkplaats. Van onder zijn 'secretaire' haalde hij dan een paar flessen bier.
In de brouwerij heerste alcoholverbod. Waaraan niemand zich stoorde. Behalve in de was- en afvulruimte, 't Flessekot. Daar kon Meneer Pol ons zien. Pa was de smokkelaar. Hij smokkelde bierbakken en verstopte ze onder trappen en in gaten. "Chef, kan je me aflossen? 'k Moet eens." 't Was de enige manier om aan een pint te geraken tenzij je op de koer of in de kelder werkte. Een 'pilstje' omvullen in een (alcoholvrije) tafelbierfles is een truc die alleen een dommerik zoals ik durfde te proberen.  "En smaakt 't?" *duivelse grijns*
Heel dikwijls ging ik ook op zaterdagvoormiddagen mee met pa. Overuren werden extra betaald, er waren geen Meneers Pol in de buurt en er was altijd wel iets te doen in pa zijn 'bureau'.


Proletariërs aller landen, ....

4 opmerkingen:

  1. Ach, Aigle Belgica: ik ken de naam 'van horen zeggen'. Geen wonder als je weet dat het bedrijf al in 1977 de handdoek in de ring heeft gegooid.
    En yep, gie meugt zekers e pientje drienken; wasdanuzeg!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik woon hier vlak bij "De" brouwerij, Roman, Oudenaards bier... Voor zover ik weet nog steeds een brouwerij die niet is ingepalmd door een van de grote bierloebassen... Ik vrees dat we binnenkort ook daar naast de eenheidsworst op de eenheidsboterham ook een eenheidspint gaan meugen slokken... En wit je, t' doet deugd nog e ki WestVlams te lezen...
    De sfeer die je schetst is ook iets uit het verleden. Alles is nu veel meer gereglementeerd en gecontroleerd, net zoals gans het leven. We leven nu in een maatschappij die ziek is aan reglementaritis... djudedju

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. 'k horen ook gèren wesvlams. Voader kost da nie. Je was van Zulte. In de brouwerie noemden z'em "de rüs" omda z'em zo slicht verstoenden.

      Verwijderen